Grootvaders Klok

Dag Daantje

‘Kijk eens wie daar is.’ Verwachtingsvol volgde ik de blik van de zuster naar de deur.
‘Opa,’ reageerde ik blij. Mijn grootvader liep op me af en omhelsde me. Zijn hoed viel op het bed en mijn wang werd nat van de regen die een zachte waas op zijn jas had achtergelaten.
‘Shimna toch, kindje, hoe gaat het met je?’ Hij deed zijn jas uit en legde die achter op de reling van het ziekenhuisbed.
‘Goed, ik mag al bijna naar huis,’ antwoordde ik trots.
‘Je hebt de hartelijke groeten van oma. En kijk eens wat ik heb meegebracht.’ Hij overhandigde me een klein blauw gestreept pakje waar een wit strikje omheen zat.
‘Voor jou. Asjeblieft.’
Voorzichtig maakte ik het open.
‘Oh, dank u wel!’
Een jongetje met een schooltasje op zijn rug keek omhoog naar een vogeltje.
Ik keek naar de titel. Best moeilijke tekst, vond ik, maar dat durfde ik niet te zeggen.
‘Het zijn liedjes die je straks op school gaat leren,’ zei mijn grootvader, ‘zal ik er eentje voor je zingen?’
‘Ja, ja, fijn. Leuk.’ Ik duwde hem het boekje in zijn handen.
Hij pakte een stoel en ging er echt voor zitten. De stoel kraakte gevaarlijk onder zijn stevige postuur, maar hield stand.
Zachtjes, om de andere kinderen op het zaaltje niet te storen, zong hij het versje aan me voor: ‘Daantje zou naar school toegaan.’
‘Wat een mooi liedje,’ zei ik, en na enig aarzelen: ‘Oma zegt ook wel ’s Daantje tegen u.’
Grootvader glimlachte en legde het boekje toen op het kastje naast mijn bed.
‘Volgende keer zing ik het tweede versje,’ beloofde hij.
Ik keek naar zijn indrukwekkende pak. Donkergrijs, net geen zwart, dacht ik. Antraciet, zou ik nu denken. Strakgespannen om zijn buik. Het vest eronder subtiel zichtbaar en het kettinkje van zijn horloge hing eronder uit.
Ik vroeg: ‘Mag ik uw horloge opwinden?’
‘O ja, dat is hoog nodig,’ jokte mijn grootvader. Het horloge hoefde maar een keer per week opgewonden te worden en als ik kwam logeren mocht ik het vaak onder zijn strenge leiding doen.
Ik nam het horloge in mijn vijfjarige kinderhandje en draaide voorzichtig aan het knopje erboven. Niet terugdraaien, en ik moest stoppen als ik voelde dat het veertje weer gespannen was. Nooit forceren. En ook niet het knopje naar buiten trekken, want dan zou ik de tijd veranderen.
Toen ik klaar was deed grootvader het horloge weer terug in zijn vestzak en hij gaf me een tevreden knipoog.
Daarna moet ik even weggedoezeld zijn. Maar toen ik weer bij was, kwam de zuster binnen: ‘Het bezoekuur is voorbij.’
‘Ja ja, natuurlijk,’ reageerde mijn grootvader.
Hij stond op, deed zijn jas aan en zijn hoed op.
‘Lieve Shimna, word maar snel weer beter.’
‘Ja opa. Mag ik dan komen logeren?’
‘Natuurlijk, oma vindt het heel fijn als je er bent.’
‘Mag ik dan heel lang blijven?’ Ik wist het wel uit te buiten.
Naar mij vooroverbuigend zei hij: ‘Je mag blijven zolang als je wilt.’ Hij gaf me een kus op mijn voorhoofd. Zijn hoed botste tegen het dikke kussen waar ik tegenaan lag en zakte scheef. We moesten allebei lachen.
Met stevige passen liep hij naar de deur.
‘Dag opa,’ ik zwaaide zo hard als ik kon, grootvader tikte tegen zijn hoed en zwaaide terug.

Grootvader’s horloge prijkt nu op mijn moeders schoorsteenmantel, onder een glazen stolpje. Hangt daar zonder verdere taak in het leven mooi te zijn.

Mijn grootvader is op station Haarlem gestorven. Hartpatiënt. Hollend om zijn trein te halen.
Het laatste wat hij heeft gedaan, was zijn enige kleindochter bezoeken in het ziekenhuis en een cadeautje voor haar meebrengen. Zijn lieve prachtige schoonschrift: ‘Voor Shimna. 5 juni 1966. Liefs van opa en oma Den Haag.’ Daarna heeft hij net een stapje te hard gehold.
Dag Daantje.
Ach, kon ik dat horloge maar terugdraaien…

Tooske Hinloopen 25 maart 2016

(Visited 61 times, 1 visits today)
Geplaatst in Column, Verhalen over muziek | Getagged , , | Een reactie plaatsen